Vernieuwingen in de brugklas halen zelden de bovenbouw

De meeste vernieuwingen op scholen starten in de brugklas, zoals millennium skills, coachend mentoraat of laptops. De brugklasser is vaak proefpersoon. Tegen de tijd dat deze brugklasser naar de bovenbouw gaat, is er van de oorspronkelijke verandering weinig over en is de betrokkenheid om de verandering verder in te voeren laag. Hieronder schets ik vier redenen waardoor dit komt en één zienswijze om dit anders te doen.

  1. WAAROM wordt te snel een HOE

Meestal gaat aan een verandering visievorming vooraf. Bij het ontwikkelen van deze visie zijn vaak meerdere mensen betrokken, die daadwerkelijk achter de betreffende bedoeling staan: bijvoorbeeld dat de leerling meer eigenaar wordt van zijn leerproces. Al snel besluit men in welke vorm deze visie gestalte moet krijgen, zoals keuzemomenten, zelfstudietijd in het rooster of coachende leraren. Voor je het weet, is het WAAROM een HOE geworden. En deze HOE wordt al snel een doel op zich.

  1. De pilotgroep is geen afspiegeling van de school

Bij een verandertraject geldt de normaalverdeling, waarbij een deel innovator is, gevolgd door voorlopers, achterlopers en achterblijvers. In de pilotgroep zitten meestal de leraren uit de eerste categorieën. De groep vormt daarmee geen afspiegeling van de school. Daarnaast ervaart deze groep welwillende docenten in deze startfase veel visie, focus, gerichte begeleiding en facilitaire ondersteuning.

  1. Verschil in betrokkenheid leidt tot wij-zij denken

Leraren en leidinggevenden, die niet gelijk betrokken zijn bij de verandering, moeten wachten tot hun afdeling aan de beurt is en voelen zich minder eigenaar. De verandering laat nog even op zich wachten. Daardoor wordt de verandering van een bepaalde groep en dus niet van de rest van de school. Ongewild wordt hiermee wij-zij denken gecreëerd. .

  1. Co-creatie vindt nooit in tweede instantie plaats

De ontwikkelde kennis en instrumenten van de pilotgroep dienen in de daaropvolgende jaren via klas 2, 3 en bovenbouw geïmplementeerd te worden. Helaas neemt in deze fase de energie en betrokkenheid van de docenten erg af. De visie leeft niet meer en vragen over de verandering nemen toe. Het proces van co-creatie; samen ontwerpen, passende oplossingen vinden en het leren van fouten wordt niet opnieuw doorlopen. De verandering voelt nu opgelegd.

Als je doet wat je gelooft, komt de verandering vanzelf

Wat werkt wel? Je start nog steeds vanuit een gedeelde visie of zienswijze en laat eenieder de vertaling maken naar zijn eigen praktijk. Dat kan een klas zijn, een afdeling of een vakgebied. Simon Sinek laat zien dat er vanuit één waarom meerdere instrumenten / experimenten / producten kunnen ontstaan. Daarnaast is het belangrijk om met product- én procesdoelen te werken. Een product kan een uitgebreide pilot zijn, maar een proces van prototyping, waarbij denken, doen en leren kort cyclisch plaatsvindt, werkt nog beter. Gun elk team zijn proces van co-creatie om tot ontwerp, passende oplossingen en een cultuur van leren te komen. Vertrouw op het proces en weet dat het er mogelijkerwijs anders uitziet dan van tevoren is bedacht.

Deel dit bericht

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top