Schoolleiders die innoveren, nemen vaak een onduidelijke positie in.

Dit inzicht kreeg ik een paar jaar geleden tijdens de eerste bijeenkomst van het Leernetwerk Verbindend Vernieuwen. Aangezien dit inzicht nog steeds actueel is, is het de moeite waard om hier te delen.

Eelke Wielinga is onze gastspreker. Hij is wetenschapper en hij onderzoekt, schrijft en doceert al jaren over netwerken. De deelnemers zijn 20 bevlogen onderwijsmanagers die bewust zijn van de transitie die zich in het onderwijs voltrekt en die daar actief een bijdrage aan willen leveren. Zij zijn leidinggevenden die willen vernieuwen. Maar als je niet oppast, zo ontdek ik, kan daardoor juist een probleem ontstaan.

Co-creatie

Waar het bij vernieuwing om gaat, is co-creatie, stelt Eelke Wielinga. Bij co-creatie leiden interacties tussen mensen tot resultaten die niet van tevoren waren voorzien. Co-creatie is een samenspel tussen verschillende actoren met verschillende belangen. Alleen start het bij co-creatie niet bij de belangen, maar bij gedeelde ambitie en inspiratie.

It takes 4 to innovate

Een co-creatief proces vraagt om drie verschillende actoren die elkaar nodig hebben. Dat is de initiatiefnemer, de manager en de leverancier. De initiatiefnemer komt met nieuwe ideeën, de manager bewaakt de structuur en toetst op haalbaarheid en de leverancier geeft het initiatief inhoud. Deze actoren zijn niet per definitie functies, dus iedereen kan deze posities innemen.

Elke actor kent ook een niet effectieve variant, waarbij niet meer het belang van het collectief , maar het eigen belang wordt vervuld. De initiatiefnemer wordt dan activist, de manager wordt ordebewaarder en de leverancier wordt overlever.

En als vierde is er de vrije actor. Die is gericht op het proces, creëert ruimte, neemt obstakels weg en heeft ook zonder mandaat invloed.

De valkuilen van de leidinggevende

Voor leidinggevenden liggen bij vernieuwingen in het onderwijs een aantal valkuilen op de loer die veroorzaakt wordt door het innemen van een onduidelijke positie in het vernieuwingsproces.

  • Zo kan een leidinggevende die gericht is op behoud en structuur en het lastig vindt om te werken binnen onzekere kaders gemakkelijk de rol van ordebewaarder innemen in plaats van manager en zo alle energie voor vernieuwing wegnemen.
  • Of de leidinggevende legt, met de beste bedoeling, de vernieuwing op aan docenten en creëert daarmee overlevers in plaats van leveranciers. Dit klinkt als een open deur, maar gezien het aantal overlevers op scholen is dat vaak aan de orde.
  • Een vernieuwingsgezinde leidinggevende kan als initiatiefnemer en als manager fungeren. Daarmee heeft hij als voordeel dat zijn invloed op de structuur groot is. Hij kan mandaat geven aan zijn eigen initiatief. Dit is alleen succesvol als er leveranciers zijn die zich voldoende verbonden voelen met het initiatief. De valkuil is dat het een feestje van de leidinggevende wordt en de rest afhaakt.
  • Voor een leidinggevende lijkt de vrije actor een aantrekkelijke rol. Als vrije actor moet de leidinggevende wel echt vrij kunnen zijn en in staat zijn zonder ballast zaken ter discussie te stellen. De vrije actor heeft vanzelfsprekend het mandaat van zijn omgeving. Het is de vraag of je als leidinggevende gemakkelijk deze positie in kunt nemen. En, nog belangrijker, of anderen je deze positie toedichten.
  • Het hebben van een formeel leidinggevende positie neemt gemakkelijk de verdenking met zich mee ordebewaarder te zijn. Als leidinggevende heb je dan duidelijkheid te bieden over welke andere positie je inneemt.

Wat te doen?

Een veelgehoorde vraag van leidinggevenden is: hoe krijg ik anderen mee in de vernieuwing? Een terechte vraag, maar het is vooral interessant vanuit welke positie deze vraag wordt gesteld. Een leidinggevende moet zich bewust zijn van zijn of haar plek in het vernieuwingsproces en heeft zichzelf de volgende vragen te stellen:

  • Welke actor kan ik het beste zijn in deze vernieuwing?
  • Zien anderen mij ook in die positie?
  • Welke andere actoren heb ik nodig en wie zijn dat?

Hoe meer duidelijkheid over de in te nemen posities bij een vernieuwingsproces, des te groter de kans op een succesvol co-creatief proces.

Bron: H.E.Wielinga (2013): Syllabus cursus “Werken met Netwerken”

Deel dit bericht

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top